Het parlementaire jaar

Het parlementaire jaar begint met Prinsjesdag en ziet er als volgt uit:

  • Derde dinsdag in september: Prinsjesdag. Start parlementair jaar. De Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal komen samen in de Ridderzaal. Daar leest de Koning zijn Troonrede voor. In de Troonrede blikt de Koning terug op het afgelopen jaar en kondigt hij plannen aan voor het nieuwe jaar. De minister van Financiën biedt de begroting en de Miljoenennota aan de Tweede Kamer aan.
  • Najaar: Algemene Politieke Beschouwingen (APB). Direct na Prinsjesdag bespreken de fractieleiders van de politieke partijen in de Kamer de hoofdlijnen van de Miljoenennota en de rijksbegroting. De minister-president voert het woord namens de regering. De fractievoorzitters spreken namens hun partijen. In de weken hierna behandelen de Tweede en Eerste Kamer de afzonderlijke begrotingen van de ministeries. De Tweede Kamer kan deze wijzigen; de Eerste Kamer niet.
  • Voor 1 december: Najaarsnota. De minister van Financiën publiceert de Najaarsnota met bijbehorende suppletoire begrotingen.
  • 31 december: Einde begrotingsjaar.
  • 1 januari: Start begrotingsjaar. De ministeries gaan begrotingen uitvoeren.
  • Voor 1 juni: Voorjaarsnota. De minister van Financiën publiceert de Voorjaarsnota met bijbehorende suppletoire begrotingen.
  • Eerste kwartaal: Financieel jaarverslag van het Rijk en rapport van de Algemene Rekenkamer. Ministeries stellen jaarverslagen op die door de Algemene Rekenkamer worden gecontroleerd.
  • Derde woensdag in mei: Verantwoordingsdag. De minister van Financiën biedt de jaarverslagen over het voorgaande begrotingsjaar aan de Tweede Kamer aan. De Algemene Rekenkamer publiceert haar rapporten bij de jaarverslagen van de ministeries. De Tweede Kamer controleert of de begrotingen goed zijn uitgevoerd.

Hoe is Prinsjesdag ontstaan?

Henk Krol, Tweede Kamerlid 50Plus

De laatste Tweede Kamer Tweets
(Links openen in een nieuw venster)